LDN (low-dose naltrexon) bij ME/CVS en long covid

Laatste update:

Overzicht ter voorbereiding van een gesprek met de huisarts.

Een document om samen met je huisarts te bekijken of het een idee is om LDN-medicatie te proberen: verwachtingen, praktijkervaring, risico's, kosten en dosis op een rij.

Download als Word-bestand

Dit document zet de op dit moment beschikbare wetenschappelijke literatuur, de Nederlandse richtlijnen en praktische informatie over LDN op een rij (peildatum: september 2026 — de hier beschreven stand van zaken betreft dus de periode vóór deze datum; met name lopend onderzoek, zie hoofdstuk 3, kan zijn achterhaald door nieuwere publicaties). Het doel is om een eerlijk en volledig uitgangspunt te bieden voor een gezamenlijk gesprek tussen patiënt en huisarts: past een proefbehandeling met LDN bij deze situatie, of niet?

1. Kort overzicht

De onderbouwing voor de volgende conclusies is te vinden in dit document:

Er is helaas nog weinig onderzoek gedaan naar het gebruik van LDN bij ME/CVS en long covid. Het onderzoek dat wel is gedaan, laat echter zien dat alertheid en tot op zekere hoogte fysiek/cognitief functioneren vooruit kunnen gaan bij patiënten met ME/CVS, en dat bij patiënten met long covid verbetering wordt gezien op het gebied van vermoeidheid, hersenmist, slaap, pijn en dagelijks functioneren. Het percentage verbetering bij ME/CVS (73,9%) komt overeen met het percentage dat gemeld wordt door de Vermoeidheidkliniek (70%); zij bieden LDN inmiddels aan al hun patiënten aan (zie hier hun eigen informatie over LDN: https://mecvs.nl/wp-content/uploads/2024/07/Vermoeidheidkliniek-LDN-patient-informatie.pdf). LDN is geen vervanging voor pacing, maar kan aanvullend naast pacing worden uitgeprobeerd.

Het middel wordt al decennia in de verslavingszorg gebruikt, in een tien keer zo hoge dosis als bij patiënten met ME/CVS en long covid. Bijwerkingen zijn in de verslavingszorg doorgaans mild en tijdelijk. Het middel werkt niet verslavend, er treedt geen tolerantie op en het effect is reversibel bij staken. Twee kanttekeningen:

  • Niet combineren met opioïden; voorzichtigheid is geboden bij leverfunctiestoornissen, zwangerschap en borstvoeding.

  • Patiënten met ME/CVS of long covid hebben een gevoelig systeem, dus langzaam opbouwen en afbouwen (in stappen van 0,25 mg) is aan te raden. Lotgenoten melden ook makkelijker bijwerkingen, ook bij lagere dosis, alhoewel deze ook mild en tijdelijk zijn.

Opbouwen tot maximaal 4,5 mg, of tot de hoogst verdraagbare dosis. Spreek van tevoren evaluatiemomenten en stopcriteria af.

LDN wordt niet vergoed. Het goedkoopst zijn de pillen via www.mijnapotheek.nl/ldn (circa €160 per jaar), waar lotgenoten het middel vaak bestellen.

Persoonlijke situatie (in te vullen voor het gesprek)

Dit document is algemeen opgezet. Vul onderstaande punten zelf aan, zodat het gesprek meteen concreet is:

  • Klachtenduur en belangrijkste klachten (bijv. vermoeidheid, PEM, virusgevoeligheid, cognitieve klachten): …

  • Aanleiding: ME/CVS, long covid, of een ander vermoeden: …

  • Eerder onderzoek / specialisten geraadpleegd, met uitslag: …

  • Is er al een (werk)diagnose gesteld? Door wie: …

  • Belangrijkste reden om LDN te overwegen: …

2. Diagnose: ME/CVS, long covid en de rol van de huisarts

2.1 Diagnostische criteria ME/CVS (IOM, 2015)

De Gezondheidsraad adviseerde in 2018 om voor de patiëntenzorg de IOM-criteria (2015) aan te houden in plaats van de bredere, verouderde Oxford-criteria [1], op basis van het rapport Beyond ME/CFS: Redefining an Illness van het Amerikaanse Institute of Medicine [2].

Alle drie de volgende kernkenmerken moeten aanwezig zijn, gedurende meer dan 6 maanden, met een aanzienlijke afname van het eerdere functioneren (werk, opleiding, sociaal, persoonlijk):

  • Vermoeidheid die vaak diepgaand is, nieuw of duidelijk begonnen (niet levenslang aanwezig), niet het gevolg van aanhoudende overmatige inspanning, en niet wezenlijk vermindert door rust.

  • Post-exertionele malaise (PEM): een langdurige verergering van de klachten na fysieke, cognitieve of orthostatische belasting, die vertraagd kan optreden.

  • Niet-verkwikkende slaap: zich niet uitgerust voelen ondanks voldoende slaap.

Plus minstens één van de volgende twee (beide moeten, indien aanwezig, minstens de helft van de tijd optreden met matige tot ernstige intensiteit):

  • Cognitieve stoornissen die verergeren door inspanning, stress of tijdsdruk.

  • Orthostatische intolerantie: klachten die verergeren bij rechtop staan/zitten en verbeteren bij liggen.

Verschil met de oudere Fukuda/CDC-criteria (1994), die de Nederlandse CVS-richtlijn uit 2013 nog gebruikt: die vereisen PEM niet verplicht, maar alleen 4 van de 8 mogelijke symptomen [3]. De IOM-criteria zijn specifieker en leggen, in lijn met de Gezondheidsraad, de nadruk op PEM als kernkenmerk.

Overige, veelvoorkomende maar niet-verplichte symptomen

Naast de kernsymptomen en de twee aanvullende criteria hierboven noemen zowel het IOM-rapport als de (op het IOM gebaseerde) NICE-richtlijn een reeks vaak voorkomende, maar voor de diagnose niet-verplichte verschijnselen [2][13][21]. Ontbreken ervan sluit ME/CVS niet uit; aanwezigheid ervan is geen vereiste maar ondersteunt wel het klinische beeld:

  • Overgevoeligheid voor temperatuur(wisselingen): hevig zweten, koude rillingen of opvliegers.

  • Neuromusculaire klachten, waaronder onwillekeurige spiertrekkingen.

  • Griepachtige klachten: koorts, keelpijn, gevoelige lymfeklieren.

  • Intolerantie voor alcohol, bepaalde voedingsmiddelen of chemische stoffen.

  • Overmatige zintuiglijke gevoeligheid: voor licht, geluid, aanraking, geur of smaak.

  • Pijnklachten: spier-, gewrichts- of hoofdpijn, zonder acute roodheid of zwelling van gewrichten.

2.2 Long covid: klinische omschrijving (WHO)

De WHO omschrijft ‘post covid-19 condition’ als klachten die doorgaans 3 maanden na het begin van COVID-19 optreden, minstens 2 maanden aanhouden en niet door een andere diagnose te verklaren zijn — vaak met vermoeidheid, kortademigheid en cognitieve klachten [15]. Er bestaat aanzienlijke overlap in klachtenpatroon (waaronder PEM) tussen long covid en ME/CVS, wat verklaart waarom onderzoek en behandelervaring vaak worden gedeeld tussen beide groepen.

2.3 Kan de huisarts de (werk)diagnose ME/CVS zelf stellen?

Ja. De diagnose is klinisch: gebaseerd op anamnese, lichamelijk onderzoek en het uitsluiten van andere verklaringen — niet op een specifieke test die alleen in een gespecialiseerd centrum beschikbaar is [3]. Een centrumbezoek is dus niet strikt vereist om als huisarts een werkdiagnose te stellen; wel is uitsluitingsonderzoek nodig.

Bij behoefte aan een diagnostisch instrument, kan gezocht worden naar de DePaul Symptom Questionnaire. Een Nederlandse variant hiervan is te vinden op https://pacingpower.netlify.app

Uitsluitingsonderzoek volgens de Nederlandse richtlijn

Anamnese (somatisch, psychisch, sociaal) en lichamelijk onderzoek, aangevuld met:

  • Laboratoriumonderzoek: Hb, hematocriet, leukocyten met differentiatie, BSE, ferritine, TSH en vrij T4, glucose, kreatinine, ALAT, bilirubine, gammaGT, alkalische fosfatase.

  • Urineonderzoek: leukocyten, eiwit, erytrocyten.

  • Bij volwassenen: X-thorax en ECG — deze staan in de richtlijn op hetzelfde niveau als het bloedonderzoek, dus als vast onderdeel van het standaardpakket, niet als iets waarvoor een aparte indicatie nodig is [3].

Waarom X-thorax en ECG standaard zijn: zij sluiten cardiale en pulmonale verklaringen uit die met een ander beleid behandeld zouden moeten worden (ritme- of geleidingsstoornissen, (peri-/myo)carditis, longpathologie). Bij gerapporteerde virusgevoeligheid is dat relevant, omdat een virale hartspierontsteking precies het type verklaring is die hiermee wordt uitgesloten. Praktisch gezien passen beide onderzoeken meestal binnen één regulier bezoek (huisarts/priklab of ziekenhuis) en vragen ze geen aparte poli-afspraak.

Consistentiecheck tussen bronnen: dit exacte pakket — Hb, hematocriet, leukocyten met differentiatie, BSE, ferritine, TSH/vrij T4, glucose, kreatinine, ALAT, bilirubine, gammaGT, alkalische fosfatase, urineonderzoek en (bij volwassenen) X-thorax en ECG — is woordelijk overgenomen uit de aanbeveling van de Nederlandse CVS-richtlijn zelf, de enige bron die dit pakket normatief vaststelt [3]. Patiëntgerichte pagina's, bijvoorbeeld van MECVS Nederland, noemen vaak een korte, illustratieve opsomming van uit te sluiten oorzaken (denk aan een vitamine B12-tekort, slaapapneu of schildklierproblemen) in plaats van het volledige labpakket, omdat zij de differentiaaldiagnose toelichten en niet het exacte onderzoeksprotocol herhalen. Het advies van de Gezondheidsraad (2018) gaat niet over dit uitsluitingsonderzoek, maar over de diagnostische criteria die daarna worden toegepast (zie 2.1) [1]. Er is dus geen tegenspraak tussen deze bronnen, wel een verschil in doel en detailniveau. Voor jeugd en jongeren voegt de richtlijn nog coeliakieserologie, IgA, natrium, kalium, calcium en albumine toe [3]; dit document is geschreven voor een volwassen patiënt en laat dat aanvullende jeugdpakket daarom bewust buiten beschouwing.

Er is een nieuwe multidisciplinaire richtlijn ME/CVS in ontwikkeling die de richtlijn uit 2013 zal vervangen [14].

3. Overzicht van het wetenschappelijk bewijs voor het gebruik LDN

Onderstaand overzicht ordent de beschikbare evidence naar bewijsniveau — van celonderzoek tot gerandomiseerd onderzoek.

Bewijsniveau Bevinding Bron
Mechanistisch / preklinisch Hersteld TRPM3-kanaalgedrag in NK-cellen bij ME/CVS-patiënten die LDN gebruikten (n=9 vs. 9 gezonde controles), gerepliceerd bij long covid (n=9 per groep). Celonderzoek, geen klinische uitkomstmaat. Hypothetisch zou LDN dus de afweer van deze patiënten kunnen verbeteren, het is echter nog niet in onderzoek bewezen. [6] [7]
Patiëntenbewijs — observationeel, geen controlegroep/blindering Retrospectief dossieronderzoek bij 218 ME/CVS-patiënten: 73,9% rapporteerde zelf verbetering, vooral in alertheid en fysiek/cognitief functioneren; 18,3% geen effect. [8]
Systematische review bij long covid (n=155, 4 pre-post-onderzoeken, géén RCT’s): matig-tot-groot gepoold effect op vermoeidheid, brain fog, slaap, pijn en dagelijks functioneren. Bewijszekerheid door onderzoekers zelf als laag beoordeeld (ongecontroleerde voor-en-nametingen op basis van zelfrapportages) [9]
Gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek (RCT) Nog geen voltooide RCT specifiek bij ME/CVS. Een NIH/NINDS-gefinancierde dosisvindingsstudie (n=75) en aansluitende RCT (n=150) lopen vanaf 2026; resultaten op zijn vroegst 2028. [12]
Vergelijkbare RCT bij fibromyalgie (n=99, 12 weken, 6 mg/dag): geen significant verschil in pijn tussen LDN en placebo. [10]

Naast dit wetenschappelijke bewijs is er ook praktijkervaring vanuit de Nederlandse zorg zelf: sinds medio 2024 biedt de Vermoeidheidkliniek — een expertisekliniek voor ME/CVS en long covid — LDN standaard aan al haar patiënten aan, niet alleen bij therapieresistente gevallen. Die keuze is gebaseerd op klinische waarneming van de eigen internisten en op meldingen van andere klinieken dat ongeveer 70% van de patiënten baat heeft bij LDN (bron: MECVS Nederland / Vermoeidheidkliniek-patiëntinformatie, zie ‘Aanvullende praktische bronnen’ achterin).

Dit percentage ligt in dezelfde orde van grootte als de 73,9% uit de retrospectieve studie hierboven [8], maar het betreft meldingen van een patiëntenorganisatie en een behandelend centrum, geen onafhankelijk gepubliceerd onderzoek. Een preciezer patiëntenaantal en een vergelijking met een controlegroep ontbreken; deze informatie hoort dus in dezelfde, voorzichtige bewijscategorie thuis als het observationele patiëntenbewijs hierboven, niet bij het RCT-niveau.

Kort samengevat: er is celbiologisch bewijs voor een plausibel mechanisme en positieve meldingen van patiënten zelf, en positieve ervaringen uit de praktijk van de Vermoeidheidkliniek, maar nog geen bevestiging in gecontroleerd onderzoek specifiek bij ME/CVS. Bij een verwante aandoening (fibromyalgie) viel de enige grote RCT tot nu toe negatief uit op groepsniveau — dat pleit voor terughoudende verwachtingen, niet per se tegen een individuele proef bij ME/CVS of long covid.

LDN is geen vervanging voor pacing

Wat er ook uit een proefbehandeling met LDN komt: energiemanagement (pacing) blijft de hoeksteen van ME/CVS- en long covid-zorg, omdat overschrijding van de individuele energiegrens de klachten kan verergeren (PEM/post-exertionele malaise) — iets waar geen enkel medicijn op dit moment volledig kan oplossen [13]. Een recente systematische review en meta-analyse van pacing bij ME/CVS vond een klein tot verwaarloosbaar effect op fysiek functioneren en pijn, maar een groot (net niet statistisch significant - kleine heterogene dataset) effect op vermoeidheid; de auteurs concluderen voorzichtig dat pacing waarschijnlijk enig voordeel biedt, met de kanttekening dat er te weinig kwalitatief onderzoek is gedaan en meer goede RCT's nodig zijn [20]. Ook de Nederlandse patiëntenorganisaties benadrukken energiemanagement als de belangrijkste zelfmanagementstrategie, naast — niet in plaats van — eventuele medicatie [21]. Ook lotgenoten zien pacing als noodzakelijk om stabiel te blijven. Een proefbehandeling met LDN is dus het beste te zien als een aanvulling die naast pacing wordt uitgeprobeerd, niet als vervanging ervoor.

4. Veiligheid en bijwerkingen

  • Bijwerkingen zijn doorgaans mild: levendige dromen, tijdelijke slapeloosheid, hoofdpijn, milde misselijkheid — vooral in de eerste weken. In de fibromyalgie-RCT was het bijwerkingenprofiel zelfs vergelijkbaar tussen LDN en placebo [10].

  • Het onderliggende middel (naltrexon) is al decennia goedgekeurd op hogere dosis (50 mg) voor alcohol- en opiaatverslaving, met een breed bekend veiligheidsprofiel [18][19].

  • De standaarddosis van 50 mg in de verslavingszorg wordt daarbij goed verdragen; de bij ME/CVS en long covid gebruikte 1–4,5 mg zit daar dus ruim onder. Toch melden lotgenoten bij deze veel lagere dosering vaker bijwerkingen dan gebruikelijk is bij die hoge dosis in de verslavingszorg — vermoedelijk mede omdat lage dosering via een ander mechanisme werkt (zie Appendix B) en het gevoeligere lichaam van de patiënten. Dit is de reden waarom in de praktijk wordt geadviseerd om zeer laag te starten en langzaam op te bouwen (zie 5.1).

  • Niet verslavend, geen opbouw van tolerantie, reversibel bij staken [18].

  • Een recente narratieve review over alle LDN-indicaties samen noemt het middel over het geheel genomen ‘generally safe, inexpensive and well tolerated’ [11].

Aandachtspunten

  • Naltrexon mag niet gecombineerd worden met opioïden (morfine, codeïne, tramadol e.d.) — het blokkeert de werking en kan onttrekkingsverschijnselen geven. Relevant om te melden bij een eventuele operatie, blessure of tandheelkundige ingreep [18].

  • Voorzichtigheid/overleg bij ernstige leverfunctiestoornissen en bij zwangerschap of borstvoeding [18].

  • Bij het combineren met andere medicatie (bijv. een SSRI) is er geen bekende interactie te verwachten (andere afbraakroute), maar specifieke interactiedata zijn beperkt [17] — bespreek dit met de voorschrijver, en overweeg om niet twee nieuwe middelen tegelijk te starten zodat bijwerkingen aan het juiste middel toe te schrijven zijn. Er valt wat te zeggen dat, als het middel al decennia in de verslavingszorg gebruikt wordt, interacties met andere medicatie bekend zouden zijn.

5. Praktische zaken

5.1 Dosering en opbouw

Een voorbeeld uit onderzoek: opbouw met 1,5 mg gedurende 1 week, dan 3,0 mg/dag, met eventuele verhoging naar 4,5 mg/dag na 6 weken, afhankelijk van verdraagzaamheid [8]. Onderzoeksdoseringen bij ME/CVS liggen doorgaans tussen 1 en 4,5 mg/dag. Het precieze schema wordt vastgesteld door de voorschrijver, vaak in overleg met de bereidingsapotheek.

Praktijkervaring van lotgenoten: in de praktijk wordt vaak nog voorzichtiger gestart dan in het onderzoeksvoorbeeld hierboven, met druppels vanaf 0,25 mg — de laagste stap die een bereidingsapotheek levert (https://www.mijnapotheek.nl/ldn). Een vast tijdschema wordt daarbij niet aangehouden: pas verder opgehoogd wordt zodra de bijwerkingen van de vorige stap volledig zijn verdwenen, wat sneller of (waarschijnlijk) juist langzamer kan gaan dan het schema hierboven. Zie hoofdstuk 4 voor de reden waarom bij ME/CVS en long covid vaak voor deze extra voorzichtige opbouw wordt gekozen.

5.2 Verkrijgbaarheid

LDN is in Nederland alleen op recept verkrijgbaar en wordt niet als kant-en-klaar preparaat bij een gewone apotheek verkocht. Het wordt door een bereidingsapotheek op maat gemaakt (magistrale bereiding), als druppels/oplossing (opbouwfase) of capsules (onderhoudsdosis).

5.3 Kosten (indicatief)

Prijzen verschillen per bereidingsapotheek; vraag altijd een actuele offerte op. Via een gewone bereidingsapotheek komt daar vaak nog een opslag bovenop. Lotgenoten die LDN al gebruiken bestellen het daarom vaak via de gespecialiseerde internetapotheek mijnapotheek.nl (www.mijnapotheek.nl/ldn), waar het goedkoper is:

  • Opbouwfase (druppels): hier verkrijgbaar vanaf 0,25 mg per druppel, wat ruimte geeft om — zoals lotgenoten aanraden — heel laag te starten en pas verder op te bouwen zodra de bijwerkingen van de vorige stap zijn verdwenen (zie 5.1). Druppels kosten ongeveer €25 per flesje.

  • Onderhoudsfase (capsules van 3 of 4,5 mg — de meeste ME/CVS- en long covid-patiënten gebruiken geen hogere dosis zoals 6 mg): ongeveer €40 per drie maanden, oftewel circa €160 per jaar.

Dit zijn richtprijzen van één specifieke apotheek, gebaseerd op meldingen van lotgenoten; vergelijk gerust met andere bereidingsapotheken. Bestellen kan alleen met een geldig recept van de voorschrijver (bijvoorbeeld de huisarts): dit recept wordt bij het bestellen geüpload of nagestuurd, waarna de apotheek de LDN op maat bereidt en verstuurt.

5.4 Vergoeding

Magistrale bereidingen zoals LDN staan meestal niet op de vergoede lijst van zorgverzekeraars. Lotgenoten die LDN al gebruiken, geven aan dat het middel in de praktijk niet wordt vergoed en dat zij het gewoon zelf betalen.

6. Veelgestelde vragen en overwegingen

Onderstaande vragen komen in de praktijk vaak terug bij patiënt én huisarts.

Vraag Toelichting
Is een diagnose van een gespecialiseerd ME/CVS-centrum verplicht voordat LDN besproken kan worden? Nee. De diagnose is klinisch en kan door de huisarts zelf gesteld worden na het uitsluitingsonderzoek (zie 2.3); een centrumbezoek is niet strikt vereist [3].
Eerder bloedonderzoek liet niets zien — hoe kan er dan toch een immuunafwijking zijn? Een regulier bloedonderzoek telt vooral hoeveel NK-cellen iemand heeft, niet hoe goed ze werken. Om dat te meten, laat een gespecialiseerd laboratorium NK-cellen in een kweekschaaltje los op doelcellen en telt het hoeveel daarvan daadwerkelijk gedood worden: dat heet NK-celcytotoxiciteit ('killing capacity'). Deze bewerkelijke test wordt vrijwel uitsluitend in onderzoekslaboratoria gedaan, niet standaard in een ziekenhuis of huisartsenlab [4][5]. Een eerder 'normaal' bloedonderzoek zegt dus alleen iets over de hoeveelheid NK-cellen, niet over hun functie, en sluit een verminderde NK-celfunctie daarom niet uit.
Raadt de richtlijn medicamenteuze behandeling van CVS niet juist af? Het advies uit 2013 betreft destijds onderzochte middelen (o.a. SSRI’s, corticosteroïden, methylfenidaat) met weinig effect en relatief veel bijwerkingen. LDN wordt niet genoemd omdat onderzoek hiernaar pas na 2019 op gang kwam, ná de laatste literatuuranalyse van die richtlijn [3]. Vanuit patiëntenperspectief wordt hier ook kritisch naar gekeken: de Nederlandse ME/CVS-patiëntenorganisaties bepleiten al langer meer ruimte voor het beproeven van biomedische, evidence-informed opties in gezamenlijke besluitvorming tussen arts en patiënt, juist omdat er voor ME/CVS nog nauwelijks bewezen behandelingen bestaan [21]. Dat verklaart mede waarom een gespecialiseerde kliniek als de Vermoeidheidkliniek LDN sinds medio 2024 al aanbiedt (zie hoofdstuk 3), terwijl het middel nog niet in een officiële richtlijn is opgenomen: klinische praktijk kan voorlopen op formele richtlijnerkenning, zeker bij een aandoening met weinig alternatieven. Dat is geen bewijs van werkzaamheid op zich, maar wel relevante context voor het gesprek met de huisarts.
Diezelfde richtlijn noemt CGT/GET als behandeling — is die dan nog wel actueel? Op dit punt is de richtlijn zelf achterhaald: de Gezondheidsraad concludeerde in 2018 al dat CGT gecombineerd met het opbouwen van conditie geen adequate behandeling is voor ME/CVS [1]. Internationaal is graded exercise therapy om vergelijkbare redenen geschrapt uit de Britse NICE-richtlijn (2021) [13]. Een nieuwe Nederlandse multidisciplinaire richtlijn is in ontwikkeling [14].
Als de klachten verbeteren op LDN, is dan een andere oorzaak (bijv. hartafwijking) uitgesloten? Nee — dit is zogeheten ‘ex juvantibus’-redeneren (iets afleiden uit het aanslaan van een behandeling), en dat is medisch gezien geen betrouwbaar bewijs: LDN werkt via ontstekings- en endorfineroutes die los staan van bijvoorbeeld hartritme of longweefsel. Verbetering op LDN en het bestaan van een andere, onafhankelijke aandoening sluiten elkaar niet uit. Het uitsluitingsonderzoek (labs, X-thorax, ECG) blijft daarom nodig, los van of LDN aanslaat.
Wat als er na de proefperiode geen merkbaar effect is? Vooraf een stopcriterium en evaluatiemoment afspreken (zie hoofdstuk 7). Bij geen effect kan gewoon gestopt worden: LDN is niet verslavend en vereist geen afbouwschema [17][18], maar door het gevoelige systeem van patiënten valt rustig afbouwen toch aan te raden.
Is LDN te combineren met bestaande medicatie? Het belangrijkste aandachtspunt is de blokkade van opioïde pijnstillers. Voor overige medicatie geldt: bespreek dit met de voorschrijver, gezien de beperkte specifieke interactiedata (zie hoofdstuk 4).

7. Mogelijke opzet van een proefbehandeling

Onderstaande opzet is een voorbeeld — het precieze schema wordt in overleg met de voorschrijver en de bereidingsapotheek vastgesteld.

  • Opbouwfase: starten op een lage dosis (vaak 0,25 mg), geleidelijk verhogen over enkele weken naar een onderhoudsdosis (doorgaans 1,5–4,5 mg/dag), afhankelijk van verdraagzaamheid.

  • Nulmeting: enkele weken vóór start bijhouden hoe vaak/hevig PEM optreedt en hoe vaak infecties voorkomen, als vergelijkingsbasis.

  • Evaluatiemoment: een vaste periode afspreken (bijvoorbeeld 8–12 weken na het bereiken van de onderhoudsdosis) om te beoordelen of voortzetten zinvol is.

  • Stopcriteria: vooraf vastleggen wanneer gestopt wordt — bijvoorbeeld bij onaanvaardbare bijwerkingen, of geen merkbaar effect na de evaluatieperiode.

8. Samenvattend

LDN is geen bewezen behandeling voor ME/CVS of long covid: er is nog geen voltooide RCT specifiek voor deze aandoeningen, en de enige grote RCT bij een verwante aandoening (fibromyalgie) liet op groepsniveau geen effect zien. Tegelijk is er een fysiologisch plausibel werkingsmechanisme, celbiologisch bewijs voor een mogelijk effect op NK-celfunctie, een aanzienlijk aandeel patiënten, en de Vermoeidheidkliniek, dat verbetering rapporteert, en een gunstig veiligheidsprofiel met doorgaans milde, tijdelijke bijwerkingen. Of dat een redelijke basis is voor een individuele, tijdgebonden proefbehandeling — met vooraf afgesproken evaluatiemoment en stopcriteria — is precies de afweging die patiënt en huisarts samen kunnen maken.

Appendix A: Wat is er bekend over de virusgevoeligheid bij ME/CVS?

Verminderde functie van natural killer (NK)-cellen — de cellen die virus-geïnfecteerde cellen opruimen — is de meest consistente immunologische bevinding bij ME/CVS. Een meta-analyse van 28 studies liet zien dat de NK-celcytotoxiciteit bij ME/CVS-patiënten gemiddeld ongeveer gehalveerd is ten opzichte van gezonde controles [4].

Belangrijke nuance: het aantal NK-cellen is meestal normaal — het gaat om verminderde functie (killing capacity) van de cellen die er wél zijn. Dit is bovendien een functionele test die niet in een standaard bloedonderzoek wordt gemeten, wat kan verklaren waarom eerder immunologisch onderzoek geen afwijkingen liet zien.

A.1 Eén oorzaak, of meerdere?

De precieze oorzaak van de verminderde NK-celfunctie staat niet vast en is waarschijnlijk multifactorieel. Een systematische review noemt naast cytotoxiciteit zelf ook andere, deels losstaande bevindingen [5]:

  • Perforine/granzyme-tekort: verminderde intracellulaire eiwitten die NK-cellen gebruiken om geïnfecteerde cellen te doden.

  • TRPM3-ionkanaaldisfunctie: verstoorde calciuminstroom, onderzocht door één onderzoeksgroep (Griffith University/NCNED, Australië) — zie Appendix B.

  • TRPM7-ionkanaaldisfunctie: een tweede, recenter beschreven calciumkanaalprobleem bij dezelfde groep patiënten, wat erop wijst dat het probleem breder kan zijn dan TRPM3 alleen.

  • Receptorexpressie, celsubtypen en cytokineproductie: door dezelfde review als ‘wisselend/inconsistent’ (equivocal) bestempeld.

Kortom: dat NK-cellen slechter doden staat stevig vast [4]. Welk mechanisme daar precies achter zit, is minder eenduidig — TRPM3-disfunctie is een goed onderbouwde, maar waarschijnlijk niet de enige bijdragende factor, en is vrijwel geheel onderzocht door één onderzoeksgroep.

Appendix B: Werkingsmechanisme van LDN: drie hypotheses

LDN (naltrexon in lage dosering, 0,5–6 mg, tegenover de reguliere 50 mg bij verslavingszorg) werkt vermoedelijk via een ander mechanisme dan op hoge dosis. Het gaat om plausibele, deels celbiologisch onderbouwde hypotheses — geen volledig bewezen werkingsmechanisme.

1. Remming van geactiveerde microglia (TLR4-antagonisme)

Microglia zijn de immuuncellen van het centrale zenuwstelsel. Bij chronisch geactiveerde microglia (verondersteld bij ME/CVS, fibromyalgie en long covid) ontstaat aanhoudende neuro-inflammatie. Naltrexon lijkt in lage dosis te werken als antagonist van Toll-like receptor 4 (TLR4) op microglia en macrofagen, en remt daarmee de afgifte van pro-inflammatoire cytokines (IL-6, TNF-α) [16][17].

2. Endorfine-‘rebound’-effect

Door kortdurende, intermitterende blokkade van opioïdreceptoren treedt een compensatiereactie op met verhoogde endorfine-afgifte en mogelijk gevoeliger receptoren, wat kan bijdragen aan pijndemping en immuunregulatie [17].

3. Mogelijk herstel van NK-celfunctie via het TRPM3-ionkanaal

Dit mechanisme is specifiek onderzocht bij ME/CVS en long covid. Bij ME/CVS-patiënten die al LDN gebruikten (gemiddeld ~21 maanden), gaf een test die het TRPM3-kanaal activeert een stroompatroon vergelijkbaar met gezonde controles — bij eerder onderzochte, onbehandelde ME/CVS-patiënten was dat patroon zwak of afwezig [6]. Dit is in 2025 gerepliceerd bij long covid-patiënten die LDN gebruikten [7].

Wat deze twee studies wél en niet aantonen: het gaat om in-vitro/ex-vivo celonderzoek (los van het lichaam bestudeerde NK-cellen), met kleine aantallen (N=9 per groep) en zonder vóór/na-meting bij dezelfde patiënten — de vergelijking met ‘onbehandeld’ komt uit eerder gepubliceerd werk van dezelfde onderzoeksgroep. Gemeten is de elektrische stroom door het ionkanaal, niet het daadwerkelijke ‘virus-dodend vermogen’ van de cel zelf; dat laatste is een aanname op basis van bekende celbiologie. Onafhankelijke replicatie door andere laboratoria ontbreekt vooralsnog.

Bronnen

Wetenschappelijke bronnen en richtlijnen

1. Gezondheidsraad. ME/CVS. Advies 2018/07. Den Haag, 19 maart 2018. gezondheidsraad.nl/documenten/2018/03/19/me-cvs

2. Institute of Medicine (IOM). Beyond ME/CFS: Redefining an Illness. Washington, DC: National Academies Press; 2015. nationalacademies.org/read/19012/chapter/9

3. Richtlijnendatabase. Diagnostiek bij CVS & Farmacologische interventies bij CVS (Nederlandse CVS-richtlijn, 2013). richtlijnendatabase.nl/richtlijn/chronisch_vermoeidheidssyndroom_cvs

4. Baraniuk JN, Eaton-Fitch N, Marshall-Gradisnik S. Meta-analysis of natural killer cell cytotoxicity in myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome. Front Immunol. 2024;15:1440643. doi:10.3389/fimmu.2024.1440643

5. Eaton-Fitch N, du Preez S, Cabanas H, Staines D, Marshall-Gradisnik S. A systematic review of natural killer cells profile and cytotoxic function in myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome. Syst Rev. 2019;8:279. doi:10.1186/s13643-019-1202-6

6. Cabanas H, Muraki K, Staines D, Marshall-Gradisnik S. Naltrexone restores impaired transient receptor potential melastatin 3 ion channel function in natural killer cells from myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome patients. Front Immunol. 2019;10:2545. doi:10.3389/fimmu.2019.02545

7. Sasso EM, Eaton-Fitch N, Smith P, Muraki K, Marshall-Gradisnik S. Low-dose naltrexone restored TRPM3 ion channel function in natural killer cells from long COVID patients. Front Mol Biosci. 2025;12:1582967. doi:10.3389/fmolb.2025.1582967

8. Polo O, Pesonen P, Tuominen E. Low-dose naltrexone in the treatment of myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome (ME/CFS). Fatigue: Biomedicine, Health & Behavior. 2019;7(4):207–217. doi:10.1080/21641846.2019.1692770

9. Byambasuren O, Atkins TJ, Baptista S, Glasziou P, Chakraborty S. Effect of low dose naltrexone for long covid: a systematic review. medRxiv. 2025. doi:10.1101/2025.09.09.25335451

10. Due Bruun K, Christensen R, Amris K, Vaegter HB, Blichfeldt-Eckhardt MR, Bye-Møller L, Holsgaard-Larsen A, Toft P. Naltrexone 6 mg once daily versus placebo in women with fibromyalgia: a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet Rheumatol. 2024;6(1):e31–e39.

11. Gouda AS, et al. Low-Dose Naltrexone: What is the Evidence? A Narrative Review. Adv Ther. 2026. doi:10.1007/s12325-026-03612-5

12. University of Alabama at Birmingham / NIH-NINDS. Low-dose naltrexone for ME/CFS: dose-finding study and randomised controlled trial. Grant 1UG3NS141843 (PI: J. Younger), 2026–2028. ClinicalTrials.gov NCT07285473.

13. National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Myalgic encephalomyelitis (or encephalopathy)/chronic fatigue syndrome: diagnosis and management. NICE guideline NG206, 29 oktober 2021. nice.org.uk/guidance/ng206

14. Federatie Medisch Specialisten. In ontwikkeling: richtlijn ME/CVS. demedischspecialist.nl/nieuwsoverzicht/nieuws/ontwikkeling-richtlijn-mecvs

15. World Health Organization. A clinical case definition of post COVID-19 condition by a Delphi consensus, 6 oktober 2021. who.int/publications/i/item/WHO-2019-nCoV-Post_COVID-19_condition-Clinical_case_definition-2021.1

16. Younger J, Parkitny L, McLain D. The use of low-dose naltrexone (LDN) as a novel anti-inflammatory treatment for chronic pain. Clin Rheumatol. 2014;33(4):451-459. doi.org/10.1007/s10067-014-2517-2

17. Toljan K, Vrooman B. Low-Dose Naltrexone (LDN)—Review of Therapeutic Utilization. Med Sci (Basel). 2018;6(4):82. doi.org/10.3390/medsci6040082

18. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG-MEB). Samenvatting van de productkenmerken: Naltrexon HCl 50 mg, filmomhulde tabletten (RVG 32392). geneesmiddeleninformatiebank.nl/smpc/h32392_smpc.pdf

19. Sudakin D. Naltrexone: Not Just for Opioids Anymore. J Med Toxicol. 2016;12(1):71-75 (epub 2015). doi.org/10.1007/s13181-015-0512-x

20. Sanal-Hayes NEM, Mclaughlin M, Mair JL, Ormerod J, Carless D, Meach R, Hilliard N, Ingram J, Sculthorpe NF, Hayes LD. 'Pacing' for management of myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome (ME/CFS): a systematic review and meta-analysis. Fatigue: Biomedicine, Health & Behavior. Published online 29 nov. 2024. doi.org/10.1080/21641846.2024.2433390

21. MECVS Nederland, ME/cvs Vereniging & Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid. ME/CVS – informatie voor behandelaars. April 2024. Beschikbaar via mecvs.nl, me-cvsvereniging.nl en steungroep.nl

Aanvullende praktische bronnen (niet-wetenschappelijk)

  • MECVS Nederland — De inzet van LDN bij ME/CVS: mecvs.nl/nieuws/beleid/de-inzet-van-ldn-bij-me-cvs

  • Vermoeidheidkliniek — patiëntinformatie LDN: mecvs.nl/wp-content/uploads/2024/07/Vermoeidheidkliniek-LDN-patient-informatie.pdf

  • Voorbeelden van bereidingsapotheken die LDN leveren: Transvaal Bereidingsapotheek; Service Apotheek Galilea-Zuid (via mijnapotheek.nl). Genoemd ter informatie, niet als aanbeveling — vergelijk gerust meerdere apotheken.

Dit document is samengesteld op basis van literatuuronderzoek en dient als achtergrondinformatie voor het gesprek met de huisarts. De uiteindelijke medische afweging — inclusief eventuele diagnose, dosering, opbouwschema en monitoring — ligt bij de behandelend arts.